Skip to main content

19 december 2025

Toewijzingen en uitsluitingen toevoegen aan applicaties

Door toewijzingen en uitsluitingen toe te voegen, kunt u meerdere implementatiescenario's voor één toepassing plannen. U kunt de implementatie van applicaties voor een bepaalde tijd inplannen. De Omnissa Workspace ONE UEM console voert de implementaties dan uit zonder verdere tussenkomst. U kunt een of meer toewijzingen toevoegen om de implementatie van applicaties te beheren. U kunt de belangrijkste toewijzingen hoger in de lijst plaatsen en de minder belangrijkere lager. Ook kunt u groepen uitsluiten voor het ontvangen van de toewijzing.

De flexibele implementatiefunctie is te vinden in de gedeelten Toewijzing van de applicatie en biedt voordelen voor het toewijzingsproces. U kunt ook groepen uitsluiten van het ontvangen van de toewijzing via het tabblad Uitsluitingen.

U kunt meerdere implementaties tegelijkertijd toewijzen en de toewijzingen zo organiseren dat de juiste distributiecriteria en applicatiebeleidsregels worden toegepast op uw toestellen. U kunt ook distributie- en app-beleid aanpassen voor een of meer smart groups.

  1. Navigeer naar Resources > Applicaties > Systeemeigen applicaties > Intern > Intern of Publiek.

  2. Upload een applicatie en selecteer Opslaan en toewijzen, of selecteer de applicatie en selecteer Toewijzen in het actiemenu.

  3. Klik op het tabblad Toewijzingen, selecteer Toewijzing toevoegen en vul de volgende opties in.

    a. Voer op het tabblad Distributie de volgende informatie in: Platformspecifieke configuraties worden afzonderlijk vermeld.

    InstellingBeschrijving
    NaamVoer de naam van de toewijzing in.
    BeschrijvingVoer de beschrijving van de toewijzing in.
    ToewijzingsgroepenVoer de naam van een smart group in om de groepen met toestellen te selecteren die de toewijzing moeten ontvangen.
    Uitrol begintImplementatie begint op is alleen beschikbaar voor interne applicaties. Kies een dag van de maand en een uurtijd om implementatie te beginnen.
    Voor een geslaagde implementatie is het belangrijk de verkeerspatronen van uw netwerk in overweging te nemen voordat u een begindatum met genoeg bandbreedte instelt.
    Opmerking: Als de datum voor 'Implementatie begint' is ingesteld op een toekomstige datum, ontvangen nieuw ingeschreven apparaten de toewijzing van de vorige app-versie pas wanneer de nieuwste versie van de app is uitgebracht.
    Methode van applicatieaanleveringOn demand – Implementeert content in een catalogus of andere implementatieagent en geeft de gebruiker de mogelijkheid te bepalen of en wanneer de content geïnstalleerd moet worden. Deze optie is de beste keuze voor inhoud die minder belangrijk is voor de organisatie. Het mogelijk maken dat gebruikers de inhoud kunnen downloaden wanneer zij dat willen, helpt bandbreedte te besparen en onnodig verkeer te beperken.

    Automatisch – Implementeert inhoud in een catalogus of andere implementatiehub op een toestel bij de inschrijving. Wanneer het toestel is ingeschreven, worden gebruikers onmiddellijk gevraagd om de inhoud op het toestel te installeren. Deze optie is de beste keuze voor inhoud die van cruciaal belang is voor uw organisatie en haar mobiele gebruikers.

    Opmerking: Apparaten waarop al een on-demandtoepassing is geïnstalleerd, kunnen geen updates voor die toepassing ontvangen, tenzij een beheerder of eindgebruiker de installatie start.
    Uitgestelde installatie door gebruiker toestaanVerschuif de instelling om toe te staan dat gebruikers de installatie van apps uitstellen.
    UEM- of aangepaste meldingen gebruikenSelecteer de melding die u wilt gebruiken voor uitgestelde installaties.

    UEM - met behulp van UEM-meldingen kunt u bepalen hoe lang de eindgebruiker de installatie van de app kan uitstellen en ook een uitstelbericht instellen.
    - Aantal dagen waarna de applicatie automatisch wordt geïnstalleerd - Voer het aantal dagen in waarmee u de app-installatie in het veld kunt uitstellen. Het maximum aantal dagen is 10.
    - Aantal keer dat een gebruiker de installatie kan uitstellen - Voer het aantal keer in dat een gebruiker de installatie kan uitstellen. De maximumwaarde is 10.
    - Uitstelbericht - Stel een standaard of aangepast uitstelbericht in.

    Aangepast - met behulp van aangepaste meldingen kunt u een applicatie die is ingepakt in de Powershell-app Deployment Kit (PSADT) implementeren vanuit UEM en profiteren van alle door PSADT aangeboden functies zoals het uitstellen van applicaties.
    - Uitstelinterval voor installatieprogramma - Selecteer de uitstelperiode.
    - Afsluitcode voor installatieprogramma-uitstel - Voer de code in die aangeeft dat de app-installatie is uitgesteld.

    Platformspecifieke instelling

    PlatformInstellingBeschrijving
    macOS en WindowsIn applicatiecatalogus weergevenSelecteer Weergeven of Verbergen om een interne of publieke applicatie in de catalogus weer te geven.

    Opmerking: De optie Weergeven of Verbergen is alleen van toepassing op de Workspace ONE-catalogus en niet op de oude AirWatch-catalogus.
    Gebruik deze functie om applicaties in de applicatiecatalogus te verbergen als u wilt dat gebruikers er niet bij kunnen.
    WindowsApplicatietransformsDeze optie is zichtbaar wanneer er transformatiebestanden aan uw applicatie zijn gekoppeld. Selecteer het transformatiebestand dat moet worden gebruikt op de toestellen die zijn geselecteerd in de sectie Distributie. Als de selectie van het transformatiebestand wordt gewijzigd nadat de app is geïnstalleerd, wordt de update niet toegepast op de toestellen. Alleen de nieuw toegevoegde toestellen waarop de app niet is geïnstalleerd, ontvangen de bijgewerkte transformatie.
    WindowsAfhandeling van opnieuw opstarten overschrijvenDe instellingen voor toestelherstart die u configureert tijdens het uploaden van Win32-applicaties, bepalen welke actie voor toestelherstart vereist is tijdens de installatie van de app. U kunt deze instelling overschrijven door de instelling Afhandelen van opnieuw opstarten overschrijven te activeren op het tabblad Distributie van de pagina Apptoewijzing. Wanneer u de optie Afhandelen van opnieuw opstarten overschrijven activeert, worden de opties voor Toestelherstart weergegeven.
    De opties voor toestelherstart in combinate met Instelling overnieuw opstarten overschrijven die u configureert op het niveau van de applicatietoewijzing, hebben voorrang op de herstartopties die zijn geactiveerd op het niveau van de app-configuratie. Als deze optie is gedeactiveerd, wordt de actie voor opnieuw opstarten uitgevoerd die op het niveau van de app-configuratie is gedefinieerd.
    WindowsApplicatie op toestel behouden na annuleren van toewijzing






    Applicatie op toestel behouden na wissen van bedrijfsgegevens
    Gebruik deze instellingen om de Windows-applicaties te behouden of te verwijderen wanneer de bedrijfsgegevens van een toestel worden gewist of wanneer een applicatietoewijzing wordt ingetrokken.

    Met deze instellingen kunt u ervoor kiezen om kritieke apps (bijv. beveiligingsprogramma's, VPN, firewall) altijd te behouden bij het wissen of ongedaan maken van de toewijzing, en om zakelijke of gevoelige apps automatisch te verwijderen wanneer apparaten verloren, gestolen of uitgeschreven worden. Ook worden onderbrekingen voor eindgebruikers tot een minimum beperkt als de toewijzing van applicaties onbedoeld ongedaan wordt gemaakt en wordt het herstel na het oplossen van problemen met wisacties versneld doordat grote applicaties geïnstalleerd blijven.

    Kies een van de volgende opties om de instelling te configureren:
    - Inschakelen - De app blijft op het toestel staan nadat de toewijzing ongedaan wordt gemaakt of nadat de bedrijfsgegevens van het toestel zijn gewist.
    - Uitschakelen - De app wordt verwijderd.
    - Standaard - De app wordt verwijderd van Windows Desktop, maar blijft behouden op Windows Server.

    Opmerking: Apps worden standaard verwijderd op Windows Desktop en op Windows Server bewaard. Elke expliciete instelling op app-niveau ‑overschrijft het bestaande algemene profiel 'Beheerde applicaties op toestel houden' voor die app.

    b. Voer op het tabblad Beperkingen de volgende informatie in:

    PlatformInstellingBeschrijving
    Android en iOSDoor EMM beheerde toegangSchakel adaptief beheer in om Workspace ONE UEM het toestel te laten beheren zodat het toestel toegang krijgt tot de applicatie.
    Deze functie wordt beheerd door Workspace ONE en niet door AirWatch Catalog.

    Wanneer u deze instelling inschakelt, kunnen alleen de toestellen die zijn ingeschreven in EMM de app installeren en app-beleidsregels ontvangen.
    Deze instelling heeft alleen invloed op gebruikers van Workspace ONE Intelligent Hub, niet op gebruikers van de oude AirWatch Catalog.
    iOSVerwijderen tijdens uitschrijvingStel in dat de applicatie van een toestel wordt verwijderd wanneer het toestel wordt uitgeschreven bij Workspace ONE UEM.
    Als u deze optie inschakelt, zijn toestellen onder supervisie beperkt wat betreft het op de achtergrond installeren van applicaties.
    Als u deze optie uitschakelt, worden provisioningprofielen niet met de geïnstalleerde applicatie naar het toestel gepusht. Als het provisioningprofiel wordt bijgewerkt, wordt het nieuwe inrichtingsprofiel dus niet automatisch naar de toestellen gepusht. In deze gevallen is een nieuwe versie van de applicatie met een nieuw inrichtingsprofiel vereist.
    iOSBack-up van applicatie voorkomenVoorkom dat applicatiegegevens naar iCloud worden geback-upt.
    iOSVerwijdering voorkomenAls u deze instelling inschakelt, kan de gebruiker de applicatie niet verwijderen. Dit wordt ondersteund in iOS 14 en later.
    iOS en WindowsApp onder MDM-beheer stellen als het door gebruiker geïnstalleerd isNeem beheer over van applicaties die voorheen door gebruikers zijn geïnstalleerd op hun iOS-toestellen (onder supervisie en zonder supervisie) en Windows. MDM-beheer vindt automatisch plaats, ongeacht de methode van applicatieaanlevering, en vereist privacyinstellingen om het verzamelen van persoonlijke applicaties mogelijk te maken. Voor iOS-toestellen zonder supervisie worden de applicaties alleen na goedkeuring van de gebruiker onder MDM-beheer gesteld.

    Schakel deze functie in zodat gebruikers de op hun toestel geïnstalleerde versie van de applicatie niet hoeven te verwijderen. Workspace ONE UEM beheert de applicatie zonder de applicatiecatalogusversie op het toestel te hoeven installeren.
    WindowsDesired State ManagementDeze optie is alleen zichtbaar als u:
    - Activeer de instelling Applicatie onder MDM beheer instellen als het door gebruiker geïnstalleerd is.
    - Stel de app-aanleveringsmethode in op Automatisch als de automatische app geen scriptdetectie gebruikt.

    Activeer deze instelling om apps automatisch opnieuw te installeren wanneer de verwijderingsstatus van de applicatie wordt gedetecteerd.

    c. Voer op het tabblad Tunnel de volgende informatie in:

    PlatformInstellingBeschrijving
    AndroidAndroidSelecteer het Applicatie-VPN-profiel dat u voor de applicatie wilt gebruiken en configureer een VPN op het niveau van de applicatie.
    AndroidAndroid LegacySelecteer het Applicatie-VPN-profiel dat u voor de applicatie wilt gebruiken en configureer een VPN op het niveau van de applicatie.
    iOSProfiel voor applicatie-VPNSelecteer het Applicatie-VPN-profiel dat u voor de applicatie wilt gebruiken.
    iOSOverige kenmerkenApplicatiekenmerken leveren toestelspecifieke informatie die applicaties kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld: wanneer u een lijst met domeinen wilt instellen die zijn gekoppeld aan een bepaalde organisatie.

    d. Voer op het tabblad Applicatieconfiguratie de volgende informatie in:

    InstellingBeschrijving
    AndroidHiermee worden applicatie-instellingen naar toestellen verstuurd. Ondersteund voor publieke en interne applicaties.
    iOSXML uploaden (Apple iOS) – Selecteer deze optie om een XML-bestand voor uw iOS-applicaties te uploaden waarmee de sleutel en waarden automatisch worden ingevuld. U kunt de configuraties die door een applicatie worden ondersteund in XML-formaat ophalen bij de ontwikkelaar.

    N.B:

    • U ziet mogelijk extra configuratietabbladen tijdens het configureren van productiviteitsapplicaties.
    • Vanaf Workspace One UEM 2410 is de limiet voor de configuratiegrootte van applicaties verhoogd van 4.000 naar 30.000 tekens. Dankzij deze verbetering kunnen beheerders applicaties die aanzienlijk meer configuratiegegevens nodig hebben, zoals certificaten, configureren en implementeren zonder dat er fouten optreden.
  4. Klik op Maken.

  5. Selecteer Toewijzing toevoegen om nieuwe app-toewijzingen voor uw applicatie toe te voegen.

  6. Configureer instellingen voor flexibele implementatie van de applicatie door de schema's en prioriteit voor de implementaties te bewerken. De opties die in dit venster worden weergegeven, zijn platformspecifiek.

    InstellingBeschrijving
    KopiërenAls u de toewijzingsconfiguraties wilt dupliceren, klikt u in de verticale ellips op Kopiëren.
    VerwijderenAls u de geselecteerde toewijzing uit de applicatie-implementatie wilt verwijderen, klikt u in de verticale ellips op Verwijderen.
    PrioriteitU kunt de prioriteit van de toewijzing die u hebt geconfigureerd, wijzigen in het vervolgkeuzemenu wanneer u de geselecteerde toewijzing in de lijst met toewijzingen plaatst. Prioriteit 0 is de belangrijkste toewijzing en heeft voorrang op alle andere implementaties. Uw toestellen ontvangen alle beperkingen, beleidsregels voor distributie en de app-configuratie van de toewijzingsgroep die de hoogste prioriteit heeft.
    Als een toestel tot meer dan één Smart group behoort en u deze Smart groups aan een applicatie met meerdere flexibele implementaties toewijst, dan ontvangt het toestel de flexibele implementatie met de hoogste Prioriteit. Bedenk tijdens het toewijzen van smart groups aan flexibele implementaties dat een enkel toestel in meer dan één smart group kan zitten. Daarnaast kan één toestel meer dan één flexibele implementatie toegewezen krijgen voor dezelfde applicatie.

    Bijvoorbeeld, als Toestel 01 behoort tot de smart group Personeelszaken en de smart group Training. U configureert en wijst twee flexibele implementaties toe voor applicatie X, die beide smart groups bevatten. Toestel 01 heeft nu twee toewijzingen voor applicatie X.

    Prioriteit 0 = smart groep HR, te implementeren over 10 dagen met on demand.

    Prioriteit 1 = smart groep Training, nu te implementeren met Automatisch. Toestel 01 ontvangt de toewijzing met prioriteit 0 en krijgt de applicatie over 10 dagen vanwege de prioriteitsbeoordeling van de toewijzingen. Toestel 01 ontvangt de toewijzing met prioriteit 1 niet.
    ToewijzingsnaamBekijk de naam van de toewijzing.
    BeschrijvingBekijk de omschrijving van de toewijzing.
    Smart groupsBekijk de toegewezen smart group.
    Methode van applicatieaanleveringBekijk hoe de applicatie naar toestellen wordt verstuurd. Automatisch stuurt direct door de AirWatch Catalog zonder tussenkomst van de gebruiker. On Demand stuurt naar toestellen wanneer de gebruiker een installatie vanuit een catalogus initieert.

    Opmerking: Apparaten waarop al een on-demandtoepassing is geïnstalleerd, kunnen geen updates voor die toepassing ontvangen, tenzij een beheerder of eindgebruiker de installatie start.
    Door EMM beheerde toegangBekijk of adaptief beheer is ingeschakeld voor de applicatie.

    Wanneer u deze instelling inschakelt, krijgt de eindgebruiker alleen toegang tot de applicaties die Omnissa Workspace ONE SDK gebruiken wanneer de toegang wordt beheerd door EMM. Als de vlag 'door gebruiker geïnstalleerd' is ingeschakeld, moet u het beheer overnemen om onderbrekingen van de service te voorkomen.
  7. Selecteer het tabblad Uitsluitingen en voer smart groups, organisatiegroepen en gebruikersgroepen in die u wilt uitsluiten van het ontvangen van deze applicatie.

    • Het systeem past uitsluitingen van applicatietoewijzingen toe op het applicatieniveau.
    • Een apparaat kan de applicatie niet ontvangen als het is uitgesloten van een versie van de applicatie of van een willekeurige plek in de hiërarchie van de organisatiegroep (OG) voor dezelfde applicatiebundel-ID. Ongeacht waar in de hiërarchie de uitsluiting is ingesteld, is deze uitsluiting van toepassing.
    • Uitzonderingen gelden alleen voor directe opdrachten en zijn niet van toepassing op werkstromen. Apparaten blijven apps ontvangen die via de werkstroom worden geïmplementeerd, ook als ze deel uitmaken van een uitgesloten smart group.
  8. Klik op Opslaan en publiceren.

Was deze pagina nuttig?

Feedback geven over dit onderwerp

Was dit onderwerp nuttig?

Vermeld geen persoonlijke of vertrouwelijke informatie.

Link genereren…